Just another WordPress site

Dow Jones: ‘Toenemend vertrouwen is gerechtvaardigd’

“De reflation trade heeft nog maar net zijn start gemaakt, maar het bereik van het extreem accommoderende beleid zal in 2017 grote invloed blijven uitoefenen op de beleggingsmarkten”, dat stelt John Bilton, Global Head of Multi-Asset Strategy bij JP Morgan Asset Management.

De wereldeconomie kent momenteel zijn beste periode van gecoördineerde groei sinds de nasleep van de financiële crisis. De markten voor risicovolle beleggingen zijn dit inmiddels gaan weerspiegelen, en enige consolidatie op korte termijn sluiten we zeker niet uit. Toch groeit ons vertrouwen in een handhaving van onze pro-risico visie voor de komende twaalf maanden, ervan uitgaand dat de overgang naar een reflatiefase progressief en geleidelijk zal verlopen in plaats van een plotselinge grote omslag. Het economische momentum zal zich dit jaar waarschijnlijk verder verbreden, wat een aanhoudend vertrouwen in aandelen rechtvaardigt. Reden waarom we onze overwogen positie hebben uitgebreid. Ondanks een mogelijke consolidatieperiode, denken we dat de verouderende bull-markt stand zal houden in 2017.

Onze voorkeur gaat uit naar aandelen uit de VS en de opkomende markten en vooral naar Japanse aandelen, die een aantrekkelijk winstmomentum hebben. We zijn ook optimistischer geworden over aandelen uit de regio Azië Pacific ex-Japan, op basis van de betere cijfers uit China. Europese aandelen, hoewel goedkoop, staan bloot aan de risico’s rond de Franse verkiezingen, dus daar blijven we voorlopig neutraal in. Britse aandelen zijn onze enige onderwogen positie, dit gezien de risico’s van de Brexit voor de Britse economie. We handhaven een brede diversificatie over de diverse aandelenregio’s, als weerspiegeling van het positievere mondiale klimaat. Hoewel we niet denken dat de obligatierente scherp zal stijgen, zijn er op korte termijn renteverhogingen door de Fed onderweg. Om die reden verhogen we onze duration underweight in afwachting van een geleidelijke weg naar hogere rentetarieven. In deze omstandigheden verwachten we dat bedrijfsobligaties nog steeds hogere rendementen kunnen leveren dan staatsobligaties. Gelet hierop handhaven we onze voorkeur voor bedrijfsobligaties, ook al vragen de hoge waarderingen in de bedrijfsobligatiemarkten om meer voorzichtigheid.

Met de versterking van onze voorkeur voor aandelen boven obligaties, geven we uitdrukking aan twee factoren. De eerste daarvan is dat de omgeving van gecoördineerde wereldwijde groei steun biedt aan aandelen, en de tweede dat de wereldwijde obligatierentes voorbij hun dieptepunt zijn en langzaam zullen stijgen naarmate het reflatieklimaat vastere grond onder de voeten krijgt. De algemene aandelenwaarderingen bevinden zich momenteel iets boven hun cyclische gemiddelden, maar de winsten beginnen op te leven, nadat ze er de laatste paar jaar lusteloos bij lagen. Rekening houdend met de waarderingen – zowel op zich beschouwd als ten opzichte van andere beleggingen – hebben we een voorkeur voor aandelen, met een toenemende hang naar ‘laat-cyclische’ thema’s, zoals financials, cyclische waarden en Japan.”