Just another WordPress site

Maarten Leen (ING): ‘Politiek bepaalt’

De verkiezingsuitslag in Nederland zorgde voor enige opluchting op de financiële markten. De euro steeg ruim een cent in waarde ten opzichte van de dollar. Maar met de Franse verkiezingen en de start van de Brexit-onderhandelingen in het vooruitzicht zal de politiek voor beleggers een belangrijk thema blijven, meent Maarten Leen, hoofd Macro-economie bij ING.

Na het slechter dan verwachte verkiezingsresultaat van de eurosceptische PVV in de Nederlandse verkiezingen is er sprake van enige opluchting op de financiële markten. Op de avond van de verkiezingsuitslag steeg de euro ruim een dollarcent in waarde en de volgende ochtend nam het renteverschil tussen Franse en Duitse overheidsobligaties af met meer dan vijf basispunten. Niettemin blijven beleggers met argusogen kijken naar de aanstaande presidentsverkiezingen in Frankrijk. Het Frans-Duitse renteverschil is inmiddels weer terug op het niveau van vóór de Nederlandse verkiezingen, ook al geven een aantal peilingen aan dat de Franse presidentskandidaat Emmanuel Macron al in de eerste kiesronde voor zou liggen op Marine Le Pen. De peilingen geven ook aan dat Le Pen in de tweede kiesronde zou verliezen van zowel Macron (35/65) als François Fillon (40/60).

De Amerikaanse centrale bank heeft deze week, zoals alom verwacht, de corridor voor het belangrijkste rentetarief met 0,25%-punt verhoogd naar 0,75%-1,00%. Uit de toelichting bij dit rentebesluit kan worden afgeleid dat de Fed-bestuurders een iets agressievere houding ten opzichte van het mogelijke pad van renteverhogingen zijn gaan aannemen. Dit verbaast niet want het inflatierisico lijkt toe te nemen. In februari lag de inflatie op een vijfjaars hoogtepunt van 2,7%. Financiële marktpartijen rekenen nu voor de rest van dit jaar nog op een à twee verdere rentestappen van 0,25%-punt.

Nu de Britse koningin deze week formeel heeft ingestemd met de wet waarmee het VK de Europese Unie wil verlaten (de ‘European Union (nontification of withdrawal) bill’) kan premier Theresa May Brussel officieel op de hoogte brengen van het feit dat haar land het EU-lidmaatschap opzegt. Ze heeft eerder gezegd dat ze dat eind maart wil doen. De onderhandelingen van de Britse regering met de EU zouden twee jaar in beslag moeten nemen. Snel en eenvoudig zullen de onderhandelingen waarschijnlijk niet verlopen. De EU wil dat er eerst overeenstemming komt over de ‘boedelscheiding’ voordat er over een nieuw handelsakkoord wordt gesproken. Het VK wil beide discussies tegelijkertijd voeren. Er circuleert nu een bedrag van 60 miljard euro (circa 2½% van het Britse BBP) dat het VK aan de EU zou moeten betalen in samenhang met bestaande verplichtingen.

De Brexit-onderhandelingen lijken ook te worden gecompliceerd door het streven van de Schotse premier Nicola Sturgeon om nog tijdens de onderhandelingen een referendum over een onafhankelijk Schotland te organiseren. De Britse regering wil hier niet mee akkoord gaan. Twee scheidingen tegelijkertijd lijkt teveel van het goede. Kortom, de politieke onzekerheid in het VK zal voorlopig nog wel even aanhouden wat de koers van het Britse pond onder druk zal houden.

Categorised in: Eurozone, Opinion, vk