De Nederlandse economie na de lockdown – In juni een opleving, maar niet terug naar ‘normaal’

  • Tijdens de ‘lockdown’ kwam zo’n 20% van de Nederlandse economie tot stilstand.
  • De economische activiteit veert op na de heropening in juni…
  • …. maar actuele data laten zien dat economische activiteit wordt beperkt door maatregelen en negatief sentiment.
  • In juni lagen de totale consumentenbestedingen nog steeds 10% lager dan vorig jaar.
  • Pas eind 2022 zal de Nederlandse economie herstellen naar het niveau van eind 2019.

[Download niet gevonden]

Op 1 juni ging de Nederlandse economie grotendeels weer open

Op 11 mei werd een deel van de ‘lockdown’-maatregelen versoepeld. Hoewel sommige bestedingscategorieën hiervan profiteerden, concludeerden we al dat de heropleving niet spectaculair was (zie: Consumenten gaven 19% minder uit tijdens de lockdown). De maatregelen werden verder versoepeld op 1 juni, waarbij zelfs werd gesproken van een ‘heropening’ van de economie (zie hieronder een overzicht van de versoepelde maatregelen). Toch mag nog niet alles; zo blijven discotheken gesloten en zijn grote, vergunningplichtige evenementen nog steeds niet toegestaan. Al met al keerde de Nederlandse economie grotendeels terug naar het ‘normaal’ van voor de coronacrisis. Maar zien we dit ook terug in de economische data? In deze publicatie onderzoeken we aan de hand van actuele data hoe succesvol de heropening van de Nederlandse economie in juni is geweest.

In juni veert de economie terug, maar niet naar niveau van voor coronacrisis

Uit transactiedata[1] van ABN AMRO blijkt dat ondanks de heropening de totale consumptieve uitgaven in juni gemiddeld nog steeds onder het niveau lagen van dezelfde maand in 2019.[2] Wij berekenden op 20 mei dat consumenten tijdens de lockdown circa 19% minder uitgaven. Deze ‘nowcast’ (snelle berekening) werd bevestigd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), dat op 22 juni rapporteerde dat consumenten in april zo’n 17% minder hebben besteed dan in april 2019. Uit gegevens van De Nederlandsche Bank (DNB) blijkt dat huishoudens in mei bijna 10 miljard euro spaarden, de grootste toename van spaargeld sinds het begin van de reeks in 1998. Op basis van onze transactiedata hebben we berekend dat de gemiddelde consumentenbestedingen in juni nog steeds 10% onder het niveau van juni 2019 lagen.

Met name de categorieën entertainment en reizen laten nog steeds een forse krimp zien doordat een deel van deze sectoren nog op slot zit. Maar ook de bestedingen aan categorieën die begin juni wel grotendeels ‘open’ gingen, vallen tegen. Bestedingen aan kleding, schoenen en wellness veren net als die aan de horeca niet terug naar het niveau van voor de coronacrisis. Alleen de detailhandel bleef het goed doen: het CBS rapporteerde dat in mei de detailhandel 8,2% meer heeft omgezet dan in mei 2019 (nominaal, volumestijging was circa 6%). Uit onze transactiedata blijkt dat vooral supermarkten en lokale speciaalzaken meer omzet draaiden dan normaal, zowel online als offline. Deze trend zette zich in juni voort.

Over de gehele linie zien we dat ook in juni de consumptie onder die van juni 2019 blijft, mede door de ‘anderhalve-meter-regels’, aanhoudende vrees voor besmetting en verhoogde inkomensonzekerheid. Van ‘inhaalgroei’ is geen sprake en daarmee lijkt het V-vormige herstel, met een snelle terugkeer van de economische groei van voor de coronacrisis, van tafel. Sterker nog: de eerste contouren van een 95%-economie worden langzaam zichtbaar.

Mobiliteitspatronen herstellen langzaam, maar keren niet terug naar niveaus van voor coronacrisis

Opvallend is dat, in tegenstelling tot de andere actuele data die we bekijken, de mobiliteitsdata nauwelijks een trendbreuk laten zien na het opheffen van de lockdown op 1 juni. De mobiliteit nam na het dieptepunt van eind maart al snel weer gestaag toe, zo blijkt uit de gegevens van Apple Maps, en deze toename zet zich voort in de maand juni. Rijden en wandelen keerden halverwege juni terug naar het niveau van voor de coronacrisis. Er was in juni nog een beperkte capaciteit in het openbaar vervoer en dat is terug te zien in de data, waarin het gebruik van openbaar vervoer zo’n 40% lager is dan gangbaar. Ook de Google-data laten een geleidelijke terugkeer van het mobiliteitspatroon zien. De beweging van en naar supermarkten is voor het einde van de lockdown alweer terug op het niveau van voor de coronacrisis. De mobiliteit naar werk bleef in juni steken op zo’n ‑20%. De bewegingspatronen naar de winkelstraten en recreatie herstellen grotendeels, maar bleven eind juni steken op ‑8%. Uit onze transactiedata blijkt dat dit voornamelijk komt door de grote terugval in bestedingen aan – en dus mobiliteit van en naar – recreatie. Deze data suggereren dat mensen voorzichtig blijven en niet volledig terugkeren naar hun oude mobiliteitspatronen van voor de coronacrisis.

Ook het bedrijfsleven laat geen volledig herstel zien

Mede vanwege de gedwongen sluiting van de horeca stonden de laatste tijd vooral de consumptieve bestedingen in de belangstelling. Logischerwijs heeft de coronacrisis ook duidelijk gevolgen voor de activiteit hoger in de keten waar bedrijven elkaars grootste opdrachtgever zijn. Zo worden naast de horeca, de detailhandel en de vrijetijdsbranche ook sectoren als de transportsector en de industrie geraakt.

De transportsector vervoert goederen voor alle andere sectoren, direct of indirect. Daardoor is de sector zeer gevoelig voor economische ontwikkelingen. De luchtvaart en de scheepvaart kregen eind januari al te maken met de coronacrisis, toen China grotendeels op slot ging. Vanwege reisbeperkingen werden de meeste passagiersvluchten van en naar China geschrapt. De scheepvaart kreeg te maken met een afname van het vrachtvolume als gevolg van het stilvallen van de Chinese industrie en met logistieke problemen, bijvoorbeeld door het stilvallen van overslag in de haven en lokale tekorten aan containers. De laatste maanden heeft de scheepvaart te maken met wereldwijd sterk ontregelde toeleveringsketens, lagere industriële productie en sterk afgenomen internationale handel. Het aantal bewegingen van zeeschepen in Nederlandse havens lag in juni gemiddeld maar liefst 17% lager dan in dezelfde maand vorig jaar, blijkt uit cijfers van het CBS.

Van alle transportbranches is het wegvervoer het minst gevoelig voor logistieke problemen en internationale beperkingen, lange files door grenscontroles uitgezonderd. Over het algemeen is wegvervoer flexibel. Wanneer lading per vrachtwagen van A naar B moet, kan dat in principe binnen enkele dagen geregeld worden. In bijvoorbeeld de scheepvaart, waar lading bijvoorbeeld van China naar Rotterdam weken onderweg is, is dat ingewikkelder. Het wegvervoer reageert dus snel op economische ontwikkelingen. Bovendien vervoeren vrachtwagens zeer diverse typen goederen voor allerhande opdrachtgevers, zoals de bouw, de landbouw, de voedingsmiddelenindustrie, winkels, e-commerce, de horeca en de industrie. Daarmee is het aantal vervoersbewegingen in het goederenwegvervoer geschikt als actuele indicator voor de economische activiteit in Nederland. Aan het aantal vervoersbewegingen van vrachtwagens is dan ook goed af te lezen wanneer de lockdown plaatsvond en wanneer de maatregelen werden versoepeld. Zo lag het aantal vervoersbewegingen van begin januari tot half maart gemiddeld zo’n 4,5% hoger dan in dezelfde periode vorig jaar. Van week 12 tot en met week 22, de periode van de lockdown, lag het aantal vervoersbewegingen gemiddeld 5,7% lager (jaar-op-jaar). Tegen het eind van de lockdown nam het aantal vervoersbewegingen alweer toe. Vermoedelijk hing het herstel samen met de bevoorrading van winkels en horeca en de heropening van fabrieken, bijvoorbeeld productielijnen voor auto’s en vrachtwagens.

Het aantal vervoersbewegingen is niet volledig hersteld. Sinds begin juni ligt het aantal vervoersbewegingen nog altijd gemiddeld 1,4% lager dan in dezelfde periode vorig jaar (gecorrigeerd voor feest- en verlofdagen). Het lagere aantal kan vermoedelijk worden verklaard uit de afgelasting van grote evenementen, de lagere consumptie in de horeca, minder uitgaven in winkels (bijvoorbeeld aan kleding) en de lagere industriële productie. De groei aan het begin van het jaar, die het gevolg was van de economische groei, is dus omgeslagen in krimp.

Nog steeds veel minder passagiersvluchten

De luchtvaart is nog lang niet hersteld van de coronacrisis. Vanwege het grote aantal besmettingen is het vliegverkeer van en naar China eind januari grotendeels stilgelegd. Vanaf maart volgden alle wereldwijde vluchten van en naar Europa. Ook binnen Europa werd vliegen zo veel mogelijk ontmoedigd. Volgens cijfers van Schiphol blijkt dat het aantal vluchten op die luchthaven in april zo’n 90% lager lag dan in dezelfde maand vorig jaar: ruim 4200 vluchten in april dit jaar tegen bijna 42.000 in april 2019. Het aantal passagiersvluchten is ook nu nog altijd veel lager dan voorheen. Er zijn nog allerlei reisbeperkingen van kracht. Gedurende enkele maanden heeft de Europese Unie (EU) passagiers uit de meeste andere landen geweigerd. Op 1 juli opende de EU de grenzen voor passagiers uit vijftien ‘veilige landen’. Uit cijfers van FlightRadar24.com blijkt dat in juni het aantal vluchten op Schiphol ruim 200 per dag bedroeg. In juni 2019 telde Schiphol ruim 43.000 vluchten, gemiddeld ruim 1400 per dag. Het aantal vluchten lag in juni nog steeds

zo’n 85% lager dan in dezelfde maand vorig jaar. Dat is wel iets beter dan mei, toen het aantal vluchten net als in april zo’n 90% lager lag. Vermoedelijk herstelt de passagiersluchtvaart langzaam doordat aan een vliegreis enige planning vooraf gaat, zoals het opnemen van vakantiedagen. Naar verwachting kan het aantal vluchten de komende weken stijgen dankzij de versoepeling van reisbeperkingen en het vakantieseizoen.

Ook de investeringen en de industriële productie lijken nog niet te zijn hersteld. Volgens het CBS lag in april het volume van de investeringen in materiële vaste activa 10,6% lager dan in dezelfde maand vorig jaar[3]. De industriële productie was in april 11% lager dan in april vorig jaar. De Nevi-inkoopmanagersindex voor de industrie verbeterde weliswaar van 41,3 in april en 40,5 in mei naar 45,2 in juni, maar noteert nog steeds onder de 50 en duidt daarmee op een afname van de bedrijfsactiviteit (zie: Nederlandse industrie ondanks malaise voorzichtig optimistisch).

Voorlopende indicatoren voor investeringen laten zwak herstel zien in juni

De investeringscijfers van het CBS over juni komen pas eind augustus uit en daarom kijken wij naar twee voorlopende indicatoren: de MSCI Netherlands Financial Index[4], die is opgebouwd uit beurskoersen van Nederlandse financiële instellingen, en elektriciteitsprijzen op de optiemarkt. Beide indicatoren correleren sterk met investeringen (bruto-investeringen in materiële vaste activa) en economische activiteit (bbp-groei, kwartaal-op-kwartaal). De MSCI geeft een indicatie hoe het met de financiële sector gaat, een belangrijke branche voor de financiering van investeringen. De tweede indicator benadert elektriciteitsgebruik. De vraag naar elektriciteit is over het algemeen groter als bedrijven op volle kracht draaien. Zodoende is de hoogte van de elektriciteitsprijzen een indicatie voor het niveau van de bedrijvigheid.

Hoewel voorzichtigheid geboden is bij het interpreteren van deze actuele variabelen[5], lijkt het algemene beeld duidelijk: in juni is de economische activiteit zichtbaar toegenomen ten opzichte van mei, maar nog lang niet terug op het niveau van voor de coronacrisis. De MSCI-index laat zien dat de financiële markten al medio februari anticipeerden op een terugslag door het coronavirus. Er treedt een significant herstel op na de heropening, maar het niveau van deze index ligt nog ver onder het niveau van begin dit jaar. Ook op de optiemarkt voor elektriciteit is begin 2020 een kleine terugval te zien, die vervolgens wordt versterkt door de lockdown. De elektriciteitsprijzen lijken zich na de heropening grotendeels te herstellen naar het niveau van februari.

Vertrouwen lijkt te groeien

De vertrouwensindicatoren van het CBS laten een positiever beeld zien. Ondernemers zijn minder negatief. Het producentenvertrouwen steeg van ‑25,1 in mei naar ‑15,1 in juni. Vooral het oordeel over de verwachte bedrijvigheid steeg sterk. De verslechtering van dit oordeel, die in april plaatsvond, is daarmee grotendeels teniet gedaan. Ook consumenten zijn volgens het CBS wat minder somber. Het consumentenvertrouwen kwam in de tweede helft van juni uit op ‑26, tegen ‑29 in de tweede helft van mei. Vooral de koopbereidheid en het oordeel van consumenten over de economische situatie in de komende twaalf maanden waren minder negatief. Los van de methodologische problematiek[6], is het lastig om op basis van vertrouwensindicatoren harde conclusies te trekken. Maar ook onze eigen sentiment-indicator – die op basis van Natural Language modellen sentiment extraheert uit Nederlands nieuws[7] – laat een sterke opleving zien (zie ook: Consument gegrepen door negatief sentiment). De combinatie van het snel teruglopende aantal besmettingen en de versnelde versoepeling van de maatregelen stemt de Nederlander positief.

Is een opleving in vertrouwen goed nieuws voor de toekomst?

Uit de actuele indicatoren over de maand juni blijkt dat de Nederlandse economie weer draait, maar niet op volle toeren. De economische activiteit veert snel op, maar wordt nog steeds beperkt, onder andere door aanhoudende maatregelen om het virus onder controle te houden, voorzichtigheid van consumenten en ondernemers en een krimp van de vraag naar Nederlandse producten en diensten vanuit het buitenland. De capaciteit van de Nederlandse economie kan niet volledig benut worden. Onze verwachting is dat deze ‘95%-economie’ de realiteit blijft, totdat er een vaccin beschikbaar is en (een groot gedeelte van) Nederland is ingeënt. Wij houden de assumptie aan dat vaccinatie medio 2021 gerealiseerd wordt. Voor deze tijd zal de Nederlandse economie (bbp) dan ook niet terugkeren naar het niveau van voor de coronacrisis. Al met al verwacht ABN AMRO dat de Nederlandse economie in 2020 met 5,6% krimpt. Voor 2021 verwachten we een mager herstel van 2,7%. Dit herstel maakt het geleden verlies van 2020 dus lang niet goed. We verwachten dat het bbp niet voor het eind van 2022 weer op het niveau komt van voor de crisis.

Dat betekent het derde kwartaal een forse opleving, maar daarna gematigde groei

In het derde kwartaal van dit jaar zullen we een opleving zien van naar schatting circa 5,5% a 6% k-o-k, aangezien het dieptepunt van de coronacrisis plaatsvond in het tweede kwartaal, toen de economie tijdens de lockdown praktisch stil kwam te liggen (onze verwachting voor het tweede kwartaal: -10% k-o-k). In het vierde kwartaal zal de kwartaalgroei mager zijn (onze verwachting: tussen de 0,5% en 1% k-o-k). Bovenop de met het virus samenhangende beperkingen en terughoudendheid van consumenten en ondernemers, zullen in het vierde kwartaal van dit jaar en het eerste kwartaal van volgend jaar de tweede-ronde-effecten zwaarder gaan wegen. Een hogere werkloosheid, krappere financiële condities, bedrijfsfaillissementen en verstoringen in toeleveringsketens zullen de opleving van de groei dempen.

 

[1] Het coronavirus is een nieuw fenomeen voor economen. Aangezien de meeste officiële cijfers over de consumptie weken en soms maanden achterlopen, is het moeilijk een inschatting te maken van de directe impact van de coronacrisis op de Nederlandse economie. Per dag verwerken onze betalingssystemen miljoenen transacties. Op basis van deze transacties berekenen wij de geaggregeerde consumptie en de consumptie uitgesplitst naar diensten- en productgroepen. Deze data worden niet extern gedeeld, alleen de analyses op basis van deze data maken wij voor iedereen toegankelijk op onze website (zonder commercieel doeleinde).

[2] Deze data zijn niet gecorrigeerd voor inflatie of andere schommelingen.

[3] In april 2020 was er ook een werkdag minder dan in april 2019

[4] We hebben op alle MSCI-variabelen die beschikbaar zijn via Bloomberg voor de Nederlandse economie (22 variabelen) een ‘best subset regression’ gedraaid. Op basis van drie selectiecriteria (R2, SME en AIC) bleek dat de MSCI Financial Index de hoogste voorspellende waarde heeft voor bbp-groei.

[5] Beide variabelen worden ook door andere factoren beïnvloed. Bankkoersen correleren op korte termijn met rentes, wijzigingen in toezicht en verwachtingen over toe- of afname van kredietverliezen. Elektriciteitsprijzen kunnen worden verstoord door veel of weinig zon en wind, opslag capaciteitsrestricties en olie- en gasprijzen.

[6] De interpretatie van consumentenvertrouwen is niet eenduidig. Deze vertrouwensindicator wordt gebaseerd op het saldo van de positieve en negatieve antwoorden. Consumenten die aangeven dat de financiële of economische situatie niet gewijzigd is, of het antwoord niet weten, worden niet meegerekend. Door deze methodiek is het moeilijk te bepalen of consumenten inderdaad positiever of minder positief zijn geworden. Als de onderliggende financiële of economische situatie verslechterd, zullen respondenten hun antwoord veranderen in ‘ongewijzigd’, wat leidt tot een positiever saldo en dus een ogenschijnlijke opleving in het consumentenvertrouwen.

[7] We maken gebruik van een combinatie van Natural Language Processing modellen (DistilBERT, Vader en TextBlob) om nieuwsartikelen te analyseren. Deze modellen kwantificeren het ‘positieve of negatieve gevoel’ dat mensen krijgen als ze een nieuwsartikel lezen op basis van het woordgebruik in het artikel. We standaardiseren deze resultaten in een marge tussen +0,25 en -0,25 waarin sentiment beweegt (+ is positief; – is negatief). Nieuwsartikelen over cultuur, kunst, eten, sport zijn eruit gefilterd. We kijken naar een selectie van artikelen over politiek, klimaat, economie, internationale betrekkingen, opinie en sociale thema’s. Wij passen deze methode toe op artikelen over Nederland en analyseren zo’n 250 artikelen per dag. De data gaan terug tot 2005.

Het bericht De Nederlandse economie na de lockdown – In juni een opleving, maar niet terug naar ‘normaal’ verscheen eerst op Insights.

Source

Categorised in: ABN Amro, Economie, Research

Belangrijke categorieën

%d bloggers liken dit: