Het draghedie-decennium op komst?

Zo aan het einde en het begin van het nieuwe jaar is het gebruikelijk vooruit te kijken naar wat het jaar in economisch opzicht zal brengen. Al enige tijd regent het dan ook outlooks 2020. Wat ik echter minstens zo interessant vind, is verder vooruit te kijken, zéker nu we niet alleen aan een nieuw jaar maar ook aan een nieuw decennium zijn begonnen.

Het decennium dat we achter ons hebben gelaten mogen we met recht een uitzonderlijk decennium noemen, bijvoorbeeld omdat de Amerikaanse economie voor het eerst sinds 1850 gevrijwaard bleef van een recessie. Tel daarbij de feiten op dat de inflatie in die periode zeer laag is geweest, aandelenkoersen het ene record na de andere verbraken, de rentes naar het laagste punt ooit zijn gedaald en alle monetaire instrumenten die aan het begin van het decennium nog zeer onconventioneel waren inmiddels standaardinstrumenten zijn geworden, en uitzonderlijk is inderdaad een van de voor de hand liggende typering.

Ik vrees alleen dat de oude economische wijsheid “there is no free lunch” blijft opgaan en dat de rekening voor het uitzonderlijke, recessievrije decennium ergens in dit decennium moet worden betaald.

Rampspoed op komst

De uitzonderlijke prestatie in de tien jaren die achter ons liggen, werd vooral mogelijk gemaakt door het whatever-it-takes-beleid van de centrale banken wereldwijd. Onder leiding van Mario Draghi, voormalig president van de Europese Centrale Bank (ECB) die voor altijd bekend zal zijn om zijn “whatever-it-takes“-uitspraak, heeft de ECB onder meer de rente verlaagd naar 0 procent en die vervolgens daarop gehouden, met de belofte dat nog lang zo te laten.

Dat beleid heeft niet alleen zijn zonnige kanten maar zeker ook donkere, die pas na verloop van tijd zichtbaar worden. De financiële sector, nogal belangrijk voor veel mensen (verzekeringen, pensioenen), is er door verzwakt. Veel mensen gaan meer sparen om het verlies door de 0 procent spaarrente te compenseren en de vermogensongelijkheid neemt toe, wat tot ontevredenheid leidt en populisme aanwakkert.

Het komt er in het kort op neer dat de middenklasse verzwakt, de economie minder hard kan groeien én kwetsbaarder wordt voor tegenslagen. Dat op zijn beurt baart mij zorgen, want het is niet een kwestie van of maar van wanneer dat de economie wederom in een periode van laagconjunctuur belandt. Met een lagere groei dan voorheen en toegenomen fragiliteit is de kans groot dat deze laagconjunctuur tot een recessie op middellange termijn zal leiden. Zeker omdat de traditionele verdedigingsmechanismen stuk zijn. Overheden kunnen niet veel verweer bieden omdat de meeste begrotingstekorten aan de hoge kant zijn en de centrale banken hebben hun kruit al lang verschoten.

Van hero naar zero

Hoe middellange termijn ook wordt gedefinieerd, zeker is dat een recessie in het lopende decennium zal vallen! Velen die Draghi nu als een superheld beschouwen, zullen hem dit decennium hard van zijn voetstuk zien vallen. Van hero naar zero dus, toevallig ook het niveau waar Draghi de rente langdurig naartoe bracht. De aankomende laagconjunctuur cq recessie wordt uniek. Het zal de eerste zijn waarin onze beleidsmakers weinig tegenover kunnen stellen. Dat we geen verdediging hebben, komt voor een zeer belangrijk deel door Mario Draghi en zijn beleid!

Daardoor kan het decennium waaraan we zijn begonnen wel eens een zeer spannende worden. Enerzijds omdat we niet weten wat de centrale banken uit hun monetaire hoed gaan toveren (wat het ook wordt, het wordt bijna per definitie super onconventioneel) en anderzijds omdat we een toekomstige laagconjunctuur met blote handen ingaan.

Wel of niet saai

Ik houd er ernstig rekening mee dat dit het decennium wordt waarin de nadelige langetermijngevolgen van het beleid van de ECB zichtbaar zullen worden. Tijdens zijn laatste persconferentie, eind oktober, zei Draghi dat het voor een centrale bankier vooral zaak is om te proberen niet saai te zijn. Begin januari 2000 hield Mervyn King, niet de darter maar de toenmalige vice-gouverneur van de Britse centrale bank, een toespraak. Daarin zei hij dat een succesvolle centrale bank saai moet zijn, net als een scheidsrechter die niet opvalt bij een wedstrijd.

Omdat Draghi, zoals gezegd, voor eeuwig bekend zal zijn om zijn ‘whatever-it-takes’ uitspraak, lijkt het gelijknamige liedje van de band Imagine Dragons zijn lijflied te zijn. ‘Whatever it takes, ‘Cause I love the adrenaline in my veins, I do whatever it takes, ‘Cause I love how it feels when I break the chains’, luidt een deel van het nummer.

Monetaire duivel

In mijn ogen past King’s omschrijving van een goede centrale bankier beter. Draghi’s behoefte voor monetaire adrenaline en om ketenen te breken, kan, vrees ik, de samenleving op termijn duur komen te staan. Nee, als ik een lijflied voor Draghi zou moeten aanwijzen, dan denk ik toch eerder aan het nummer Tragedy van Bee Gees: “When the feeling’s gone and you can’t go on, It’s tragedy, When you lose control and you got no soul, It’s tragedy.”

Enfin, het zal mij niet verbazen als in dit decennium het zoete gevoel van 0 procent rente en quantitative easing verdwijnt, het besef doordringt dat de centrale banken niet ongestraft door kunnen gaan met hun huidige beleid en dat de effectiviteit van nog meer controversiële maatregelen zeer klein is (ook wel bekend als het keizer-zonder-kleren-fenomeen) en dat de controle verloren gaat.

Men zal ontdekken dat de centrale bankiers de ziel van de economie hebben verkocht aan de monetaire duivel voor een voordeel op de korte termijn. De prijs op de langere termijn is een tragedie, of, beter gezegd, een draghedie.

Het bericht Het draghedie-decennium op komst? verscheen eerst op OHV.

Lees hier het orginele bericht:

Categorised in: OHV, Research

Belangrijke categorieën

%d bloggers liken dit: