Pensioenmonitor – Zwakke pensioenfondsen overleven de jaarwisseling

  • Vrijstellingsgrens van 90% maakt voor niemand verschil
  • Extra kortingen voor 600.000 deelnemers van de baan
  • Kleine premiestijging in 2020, grotere stijging in 2021
[Download niet gevonden]

Sinds 19 november is 90% een heel relevant percentage in de pensioensector. In de op die dag gepubliceerde brief van minister Koolmees werd een jaar rust beoogd voor uitwerking van het pensioenakkoord. In lijn met onze prognose gebruikte hij hiervoor artikel 142 van de Pensioenwet, die bepaalt dat de minster vrijstelling kan verlenen voor twee type kortingen. Deze vrijstelling wordt echter alleen verleend aan pensioenfondsen die op 31 december een actuele dekkingsgraad van boven de 90% hebben. Waar op het dieptepunt in augustus de dekkingsgraden van tientallen fondsen onder de 90% zat of daar nét boven, is inmiddels de situatie veranderd. Dit komt door betere beleggingsresultaten en met name door aantrekkende rente op staatsobligaties, waar pensioenfondsen relatief veel van bezitten. Zo stegen de dekkinsggraden de laatste maanden flink en kwamen die van grote fondsen als ABP en PFZW ruim boven de 90% uit.

De rente trekt al aan sinds augustus en er is geen reden om aan te nemen dat dit in de laatste dagen van het jaar fundamenteel anders zal zijn. Zonder uitzonderlijke schokken op de financiële markten is het te verwachten dat fondsen die eind november boven de 90% zitten, dit op 31 december ook zullen zitten. Het enige dat nu nog roet in het eten zou kunnen gooien bij een enkel fonds zijn uitzonderlijk slechte beleggingsresultaten, veroorzaakt door een ongebruikelijke asset allocatie en te weinig of te complexe diversificatie binnen beleggingscategorieën.

Vrijstellingsgrens maakt voor niemand verschil

Er zijn slechts twee fondsen waar de actuele dekkingsgraad naar verwachting onder de 90% blijft. Dit zijn fondsen waar de actuele dekkingsgraad op 31 december 2018 ook al te laag was. De verlaagde vrijstellingsgrens maakt voor hen geen verschil.

Bij de fondsen rondom de 90% valt het een en ander op. De een compenseert met ‘onvoorwaardelijke indexatie’ alle kortingen, gecombineerd met een opvallend lage premie. De ander lijkt uitzonderlijk kwetsbaar voor renterisico. Vaak zijn de afgelopen jaren bijzondere keuzes gemaakt zoals uitzonderlijk lage premie, te veel laagrentende waarden of complexe en illiquide beleggingen zoals direct lending, in combinatie met te weinig expertise bij fondsbesturen en/of uitvoerders. Hierdoor dringt het beeld zich op dat de slechtst gedekte fondsen niet slechts kunnen wijzen naar demografische en monetaire omstandigheden. De keuzes van fondsbestuur en sociale partners spelen tevens een rol.

Extra kortingen voor 600.000 deelnemers van de baan

Van de 600.000 deelnemers waarbij extra gekort zou moeten worden (schatting Koolmees) of ruim 700.000 (schattingen oppositie) blijven er feitelijk 0 over. Alleen de al lopende kortingen – waaraan fondsbesturen zich al moesten commiteren in een herstelplan – gaan mogelijk door. In de herstelplannen die in maart/april gepubliceerd worden zal dit gespecificeerd zijn.

Kleine premiestijging in 2020, grotere stijging in 2021

In de Pensioenmonitor November schreven we dat het jaar uitstel van Koolmees te laat bekend gemaakt werd om nog van invloed te zijn de premiebeslissing voor 2020. Grote fondsen zoals ABP en PFZW hebben inmiddels uitspraken gedaan die dit bevestigen. Ook voorspelden we een lichte premiestijging in 2020 en een forse stijging in 2021. Bij veel grote fondsen blokkeerden de sociale partners echter een premiestijging in 2020. Maar kijken we ook naar kleine en middelgrote fondsen dan lijkt de premie gemiddeld genomen toch licht te gaan stijgen in 2020: 0,2 procentpunt. We verwachten dat dit gevolgd wordt door 4,1 procentpunt in 2021. In de jaren erna zal het premieplafond, waarvan de hoogte nog moet worden vastgesteld, een dempend effect hebben op de premiestijging. Een vast plafond van 32% of een flexibel plafond dat gemiddeld rond de 32% ligt is het meest voor de hand liggend[1].

 

[1] Gelet op uitspraken van het ministerie zal het model waarmee het premieplafond wordt berekend de volgende vier elementen bevatten: stabiliteit, budgetneutraliteit, uniformiteit en flexibiliteit. Dit pleit ervoor om in ieder geval de rentestanden van 2018 én 2019 als uitgangspunt te nemen. Op basis daarvan (a.d.h.v. swaprente en prognose Sprenkels & Verschuren) is medio december 32% de meest voor de hand liggende uitkomst. Vervolgens zou de beoogde flexibiliteit geborgd kunnen worden met bijvoorbeeld een component dat meebeweegt met de actuele rente, of gebruik van een 12- of 24-maands voortschrijdend gemiddelde van de actuele rente.

Het bericht Pensioenmonitor – Zwakke pensioenfondsen overleven de jaarwisseling verscheen eerst op Insights.

Lees hier het orginele bericht:

Categorised in: ABN Amro, Research

Belangrijke categorieën

%d bloggers liken dit: